Het is half december. De binnenstad van Groningen hult zich in kerst- en wintersfeer.

Er staat een kerstboom op de Vismarkt, een reuzenrad op de Grote Markt en een ijsbaan op het Waagplein.
Mijn coach-leerling en ik gaan schaatsen als afsluiting van het jaar en als cadeautje voor de prachtige cijfers op haar rapport.
Ik kan niet schaatsen; zij wel en ook nog erg goed. Ik zie omstanders vertederd kijken naar dat meisje op het ijs dat met veel geduld een allochtone mevrouw achter een stoel coacht.
Ik laat de stoel los en geef me aan haar over. Het gaat goed, we zwieren heel even hand in hand totdat ik val.

Na het schaatsen nemen we plaats in het reuzenrad. Helemaal bovenin stopt het en we hebben een adembenemend uitzicht over de stad. Het is een magisch moment, mijn leerling en ik zijn even helemaal alleen hoog boven Groningen.

En dan stelt ze, mijn coach-leerling van 12 jaar, heel volwassen de vraag: “Waarom doe je dit eigenlijk: coachen?“

Ik vond het prachtig
Shirley Fowler